Maar liefst 94 procent van de ondervraagde Europese organisaties beschouwt digitale soevereiniteit als strategisch belangrijk. Voor 61 procent is het zelfs zeer belangrijk. Dat blijkt uit het rapport '2026 State of Open Source in Europe', opgesteld door Linux Foundation Research en Linux Foundation Europe, met financiële steun van de NeoNephos Foundation. Voor het onderzoek werden 367 Europese organisaties ondervraagd en interviews gehouden met ontwikkelaars, beleidsmakers en andere betrokkenen.
Europa geeft jaarlijks zo'n 264 miljard euro uit aan gesloten IT
Digitale soevereiniteit staat hoog op de agenda van Europese organisaties, maar de afhankelijkheid van gesloten technologie blijft groot. De Europese publieke sector besteedt volgens onderzoek van de Linux Foundation jaarlijks 264 miljard euro aan propriëtaire IT. Tegelijkertijd ontbreekt het veel organisaties aan beleid om open source structureel in te zetten. De onderzoekers pleiten daarom voor een grotere rol van open source bij overheidsaanbestedingen.
De belangrijkste drijfveer is informatiebeveiliging en privacy, genoemd door 71 procent van de respondenten. Daarnaast ziet 55 procent leveranciersafhankelijkheid en de daarmee samenhangende kostenrisico's als belangrijke reden om meer zeggenschap over technologie te willen. Volgens de onderzoekers is de urgentie groot. Europa is voor meer dan 80 procent van zijn digitale producten, diensten, infrastructuur en intellectueel eigendom afhankelijk van aanbieders buiten de Europese Unie.
Miljarden voor gesloten technologie
Opvallend is het verschil tussen de bestaande IT-uitgaven en de Europese ambities om open source te stimuleren. De Linux Foundation noemt een bedrag van 264 miljard euro dat de Europese publieke sector jaarlijks uitgeeft aan propriëtaire IT. Daartegenover staat een aangekondigde Europese investering van 2 miljard euro in open source, verspreid over zeven jaar.
Een belangrijk obstakel ligt volgens de onderzoekers bij de inrichting van overheidsaanbestedingen
De onderzoekers betwijfelen of deze investering voldoende effect zal hebben zonder veranderingen in de manier waarop overheden technologie inkopen. Het geld moet volgens hen gepaard gaan met goed functionerende Open Source Program Offices (OSPO's), duidelijke verantwoordelijkheden en daadwerkelijk toegepaste aanbestedingsregels.
De Europese plannen voorzien onder meer in een netwerk van OSPO's en verdere samenwerking rond digitale gemeenschappelijke voorzieningen. Ook wordt in het rapport gewezen op de Cloud and AI Development Act, waarin een voorkeursbenadering voor open-sourceoplossingen bij publieke cloud- en AI-inkoop wordt besproken. Daarmee krijgt het inkoopbeleid van overheden een belangrijke rol bij het verminderen van digitale afhankelijkheden.
Aanbestedingen bevoordelen bestaande leveranciers
Een belangrijk obstakel ligt volgens de onderzoekers bij de inrichting van overheidsaanbestedingen. Aanbestedingen zijn vaak gebaseerd op combinaties van gesloten softwarelicenties en bijbehorende dienstverlening. Open sourceoplossingen, waarbij de softwarelicentie en ondersteuning afzonderlijk worden aangeboden, passen daar niet altijd in. Daardoor kunnen open sourceaanbieders volgens het rapport al bij voorbaat op achterstand staan, zonder dat hun oplossing inhoudelijk minder geschikt is.
Ook ontbreekt het regelmatig aan kennis bij inkopers. Sommige overheidsorganisaties weten volgens geïnterviewden onvoldoende welke alternatieven voor bestaande leveranciers beschikbaar zijn. Daarnaast noemt 55 procent van de respondenten uit de publieke sector binnen de EU een gebrek aan steun vanuit de leiding als belemmering voor open source. Voor de gehele Europese onderzoeksgroep is dat 34 procent.
Helft publieke organisaties zonder formeel beleid
De problemen beperken zich niet tot aanbestedingen. Van de 31 onderzochte publieke organisaties met een hoofdvestiging in de EU hebben er vijftien helemaal geen formeel beleid voor het beheer van open source. Voor alle Europese organisaties samen bedraagt dat aandeel 31 procent.
De onderzoekers benadrukken dat het gebruik van open sourceproducten op zichzelf onvoldoende is om digitale autonomie te bereiken. Organisaties moeten ook kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en besluitvorming rond de software waarvan zij afhankelijk zijn.
Nederland wordt in het rapport genoemd als een van de vijf oprichtende landen van het Digital Commons European Digital Infrastructure Consortium (DC-EDIC)
Van de onderzochte Europese organisaties levert 59 procent code aan open sourceprojecten, terwijl slechts 37 procent deelneemt aan het bestuur ervan. Organisaties dragen dus wel bij aan de ontwikkeling, maar oefenen lang niet altijd invloed uit op de toekomstige koers.
De Linux Foundation ziet juist in die betrokkenheid een belangrijk voordeel. Organisaties met een volwassen beleid voor open source rapporteren gemiddeld een baten-kostenverhouding van 4,6, tegenover 3,6 bij organisaties zonder formeel beleid.
Nederland betrokken bij Europese samenwerking
Nederland wordt in het rapport genoemd als een van de vijf oprichtende landen van het Digital Commons European Digital Infrastructure Consortium (DC-EDIC), samen met Frankrijk, Duitsland, Italië en Luxemburg. Dit samenwerkingsverband moet Europese landen helpen gezamenlijk te investeren in open digitale infrastructuur. Het bundelen van middelen en het gezamenlijk ontwikkelen van toepassingen moeten bijdragen aan een sterkere Europese positie.
De onderzoekers zien overheidsinkoop daarbij als een van de belangrijkste instrumenten. De gezamenlijke Europese markt voor overheidsaanbestedingen vertegenwoordigt ongeveer 2.500 miljard euro per jaar, zo'n 15 procent van het Europese bruto binnenlands product.
Volgens het rapport kunnen aangepaste inkoopvoorwaarden ervoor zorgen dat publieke middelen vaker terechtkomen bij technologie die overstapmogelijkheden en onafhankelijkheid van individuele leveranciers ondersteunt.
Europese invloed op AI blijft achter
Ook op het gebied van kunstmatige intelligentie waarschuwt de Linux Foundation voor nieuwe afhankelijkheden. Europese ontwikkelaars leveren een belangrijke bijdrage aan open technologie, maar hebben volgens de onderzoekers relatief weinig invloed op de organisaties die de standaarden voor AI-systemen bepalen.
Als voorbeeld noemt het rapport de Agentic AI Foundation. Alle acht oprichtende leden op het hoogste lidmaatschapsniveau zijn Amerikaanse bedrijven, waaronder Microsoft, Google, Amazon Web Services en OpenAI. Europese bedrijven als SAP, SUSE en Ericsson nemen deel op lagere niveaus. De onderzoekers waarschuwen dat Europa daarmee het risico loopt opnieuw afhankelijk te worden van technologische keuzes die elders worden gemaakt.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.