Europa wil minder afhankelijk worden van Amerikaanse Big Tech bedrijven. Sinds de start van het tweede presidentschap van Trump is dit proces in een stroomversnelling geraakt. Amerika is niet meer de betrouwbare partner zoals we die sinds 1945 gekend hebben. Dat is riskant, omdat onze publieke infrastructuur vrijwel geheel afhankelijk is van bedrijven als Microsoft en Google. Deze Big Tech bedrijven zijn vergelijkbaar met systeembanken en zijn ‘too big to fail’. Sinds kort heeft Nederland een staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit die hiermee aan de slag moet.
Digitale soevereiniteit kan ook met ‘Google Europe’
Strategische autonomie hoeft niet te betekenen dat Amerikaanse technologiebedrijven verdwijnen uit de Europese digitale infrastructuur. Het kan ook betekenen dat zij alleen onder Europese voorwaarden mogen opereren.
De vraag is niet langer óf Europa strategische autonomie moet nastreven, maar hoe dat realistisch kan worden bereikt. Er wordt op dit moment vooral gekeken naar Europese alternatieven zoals Proton, NextCloud, OnlyOffice of Ecosia. Volledige technologische onafhankelijkheid op een termijn van tien jaar is echter onwaarschijnlijk. De investeringsachterstand, de schaal van Amerikaanse hyperscalers en de dominantie van hun software-ecosystemen maken het vrijwel onmogelijk om op afzienbare termijn een volledig Europees alternatief op te bouwen.
In plaats van TikTok volledig te verbieden, koos de Amerikaanse overheid uiteindelijk voor een model van gecontroleerde toegang.
Dat betekent echter niet dat Europa machteloos is. Strategische autonomie betekent niet dat alle technologie Europees moet zijn, maar dat Europa controle heeft over de voorwaarden waaronder die technologie wordt ingezet. Met andere woorden: autonomie gaat over governance, toezicht en zeggenschap.
Lessen uit de TikTok-deal
In dat opzicht zijn er interessante lessen te trekken uit de manier waarop de Verenigde Staten recent de activiteiten van TikTok op de Amerikaanse markt hebben gereguleerd. De Verenigde Staten zagen in TikTok een strategisch risico. Het platform, eigendom van het Chinese technologiebedrijf ByteDance, verzamelt grote hoeveelheden gebruikersdata. Hiermee kunnen ze grote groepen gebruikers gericht benaderen en beïnvloeden. In plaats van het platform volledig te verbieden, koos de Amerikaanse overheid uiteindelijk voor een model van gecontroleerde toegang. TikTok mocht actief blijven op de Amerikaanse markt, maar alleen onder een reeks zware voorwaarden die het risico op buitenlandse invloed moesten beperken.
Een belangrijke eis was dat Amerikaanse gebruikersdata uitsluitend binnen de Verenigde Staten worden opgeslagen en beheerd. Hiervoor wordt samengewerkt met de cloudinfrastructuur van Oracle. Ook kan Amerika de werking van de algoritmes controleren. Dit moet manipulatie van de publieke opinie door China voorkomen. Een cruciaal onderdeel van de Amerikaanse aanpak is de eigendomsstructuur van de nieuwe Amerikaanse TikTok-organisatie. Er is een nieuwe entiteit opgericht: TikTok USDS Joint Venture LLC, die voor 20 procent in handen is van de oorspronkelijke Chinese eigenaren en waarin de meeste aandelen in handen zijn van Amerikaanse en internationale investeerders. Daarmee is de Amerikaanse tak van TikTok formeel een in meerderheid Amerikaans bedrijf geworden, ook al blijft de oorspronkelijke technologie afkomstig van het Chinese moederbedrijf. De raad van bestuur van de Amerikaanse TikTok-entiteit bestaat vrijwel volledig uit Amerikaanse leden en staat onder toezicht van Amerikaanse veiligheidsautoriteiten.
Opvallend is dat de Verenigde Staten niet hebben geprobeerd de technologie zelf volledig over te nemen. Het aanbevelingsalgoritme – de kern van TikTok – wordt nog steeds in licentie gegeven door de oorspronkelijke eigenaar ByteDance. Tegelijkertijd staat het gebruik ervan onder toezicht van Amerikaanse partijen en wordt het gecontroleerd door onafhankelijke audits en door infrastructuur die in Amerikaanse handen is.
Dat gaat wel wat kosten; there’s no such a thing as a free lunch.
Kansen voor Europa
Voor Europa ligt hier een belangrijke les. Strategische autonomie hoeft niet te betekenen dat Amerikaanse technologiebedrijven verdwijnen uit de Europese digitale infrastructuur. Het kan ook betekenen dat zij alleen onder Europese voorwaarden mogen opereren. In zo’n model zouden Europese investeerders een meerderheidsbelang van circa 55–60 procent nemen in nieuwe regionale entiteiten zoals ‘Google Europe’ en ‘Microsoft Europe’. De technologie blijft eigendom van de Amerikaanse moederbedrijven, maar data, infrastructuur en governance vallen onder Europese jurisdictie. Europese datacenters, Europese encryptiesleutels en toezicht op algoritmes worden dan verplicht. Het resultaat is een hybride model: Europa krijgt controle over kritieke digitale infrastructuur, terwijl de innovatiekracht van Amerikaanse technologiebedrijven behouden blijft.
Dat gaat wel wat kosten; there’s no such a thing as a free lunch. De orde van grootte van de investering is aanzienlijk, maar niet onhaalbaar. De Europese activiteiten van Google en Microsoft vertegenwoordigen naar schatting samen € 650–900 miljard aan bedrijfswaarde. Een meerderheidsbelang van 60 procent zou daarom ongeveer € 400–500 miljard vereisen. Dat bedrag zou kunnen worden gefinancierd door een consortium van Europese pensioenfondsen, nationale investeringsbanken en de European Investment Bank. Het zijn ook investeringen die vervolgens jaarlijks renderen.
Door buitenlandse technologie onder Europese voorwaarden toe te laten, kan de Unie binnen relatief korte tijd meer grip krijgen op haar digitale infrastructuur.
Van ambitie naar realisme
Veel beleidsdiscussies over digitale autonomie gaan uit van decennialange trajecten. Maar governancemaatregelen kunnen aanzienlijk sneller worden ingevoerd. Deze stappen vereisen politieke wil en institutionele coördinatie, maar geen technologische revolutie. Europa hoeft de technologische wedloop met Silicon Valley niet per se te winnen om digitale autonomie te bereiken. De Europese kracht ligt juist in regelgeving, governance en institutionele controle. Door buitenlandse technologie onder Europese voorwaarden toe te laten, kan de Unie binnen relatief korte tijd meer grip krijgen op haar digitale infrastructuur. Het voorbeeld van TikTok laat zien dat zelfs de grootste digitale platforms bereid zijn tot ingrijpende aanpassingen wanneer toegang tot een grote markt op het spel staat. Strategische autonomie betekent daarom niet dat Europa Big Tech moet vervangen. Het betekent dat Europa bepaalt onder welke voorwaarden Big Tech hier mag opereren. Als de Europese Unie die stap zet, kan digitale autonomie geen verre toekomstvisie zijn, maar een realistisch project voor de komende vijf jaar.
Verantwoording: bij het schrijven van dit artikel is enig gebruikgemaakt van AI (ChatGPT 5.3). De agendering, analyse op hoofdlijnen en het formuleren van voorzichtige vermoedens vond plaats in de eeuwenoude en plezierige traditie van menselijke interactie. De precieze verwoording is uitbesteed aan moderne machinerieën die hier overigens een merkwaardig genoegen in schijnen te scheppen. Als ‘human in the loop’ bied ik de lezer excuses aan voor de somtijds metalige zinsopbouw. De kern van het idee verdient buitengewoon serieuze overweging.

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.