Overslaan en naar de inhoud gaan
(advertentie)

‘De NDS, dat zijn wij zelf’

Erik Jan Boon tijdens zijn presentatie op GovTechDay
Erik Jan Boon - Robert Tjalando

Tijdens GovTechDay in Den Haag schetste de programmadirecteur van het uitvoeringsprogramma van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), Erik Jan Boon, een beeld van een overheid die midden in een digitale verbouwing zit. Hij positioneert de NDS nadrukkelijk als een veranderbeweging, niet als een klassiek ICT‑programma.

De NDS is meer dan een uitvoeringsprogramma, stelt Boon. Het is een verandering die we met elkaar in gang zetten. Die verandering draait om minder versnippering, meer hergebruik en het delen van ervaringen en best practices die over grenzen van organisaties heen beschikbaar komen. De NDS is geen centraal machtsblok, maar een netwerk. ‘De echte NDS is wat departementen, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, waterschappen en provincies samen doen.’ Elk samenwerkingsinitiatief dat leidt tot minder doublures en meer kennisdeling, past wat hem betreft onder de NDS‑paraplu.

Ambitie versus geld: glas halfvol en halfleeg

Een terugkerend thema is geld. Dat levert een dubbel verhaal op. Enerzijds is het glas half leeg: digitaliseringsambities zijn niet gratis. Anderzijds is het glas halfvol: door slim middelen en mensen te bundelen en lopende initiatieven te verbinden, blijkt er ook veel wél te kunnen. Lukt dat niet, dan moet je ook eerlijk zijn en keuzes maken in wat we wel en niet doen.

Bundeling van expertise, handreikingen en hulp aan organisaties moet dit van een solitaire kennispositie naar een gedeelde basis brengen

Kennis delen en samenwerken

In heel veel organisaties schieten AI‑initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Het lukt prima om in het klein iets moois te bouwen, maar de stap van pilot naar breed gebruik stokt vaak. Overal duiken dezelfde belemmeringen op: gebrek aan standaardisatie, versnipperde infrastructuur, geen duidelijke beheerpartij. Daarom kiest de NDS er bewust voor om een aantal veelbelovende toepassingen in zes toepassingsgebieden overheidsbreed op te schalen.
Zo lopen bij AI‑inkoop veel organisaties vast op juridische vragen. ‘Er is in een organisatie bijvoorbeeld vaak één jurist die ongeveer weet hoe het in elkaar zit’, schetst Boon. Bundeling van expertise, handreikingen en hulp aan organisaties moet dit van een solitaire kennispositie naar een gedeelde basis brengen.

Een opvallend voorbeeld van versnippering komt uit de hoek van de interne dienstverleners. Boon zag dat enkele interne dienstverleners een eigen AI‑infrastructuur aan het optuigen waren. Hij pakte de telefoon en vroeg ze of dit wel zo handig was. Nee dus. Het leidde tot een gezamenlijk project met die interne dienstverleners om de dienstverlening op AI te harmoniseren.

© Robert Tjalando

Boon trekt een directe lijn tussen “uitstekende digitale dienstverlening”, zoals genoemd in Slagvaardige overheid, en de NDS‑prioriteit “burger en ondernemer centraal”. Het is feitelijk dezelfde agenda, maar nu met twee uithangborden.

Aanjaagteams

Een groot deel van de presentatie wijdt Boon aan de vraag: hoe stuur je zo’n overheidsbreed programma? Het zwaartepunt ligt bij de prioriteiten, vertelt hij, elk met een eigen aanjaagteam, dat fungeert als stuurgroep. Als voorzitters is bewust gekozen voor mensen uit uitvoeringsorganisaties (bijvoorbeeld UWV, Rijkswaterstaat). Dit om te borgen dat de agenda aansluit bij de praktijk. De leden komen uit alle overheidslagen. Waar mogelijk gebruiken we bestaande overlegstructuren, zoals Interbestuurlijk Dataoverleg (IDO) voor de prioriteit Data en Overheidsbreed Overleg Publieke Dienstverlening (OOPD) voor de prioriteit Burger en Ondernemer centraal.

Daarboven hangt een kernteam met de programmamanagers van de prioriteiten en interventies dat de samenhang bewaakt en een programma-regieoverleg waarin de voorzitters van de aanjaagteams, departementen en koepels als IPO, VNG en Unie van Waterschappen zitten. Pas daarboven komen de ambtelijke en bestuurlijke overleggen. Het idee: zo dicht mogelijk op de uitvoering sturen, maar wel met bestuurlijke rugdekking.

'Iedereen is vóór meer regie, zegt hij, totdat iemand daadwerkelijk zegt: zo gaan we het doen'

‘De vrijblijvendheid voorbij’

De manier waarop de uitvoering van de NDS werd opgestart, is bewust iteratief. Boon vertelt hoe hij begon met vijftien slides met de aanpak, daar een verhaal van maakte, de overheidsbrede governance inrichtte en binnen enkele maanden het uitvoeringsprogramma startte. Aanjaagteams leverden zgn. “two‑pagers” aan voor de in de NDS genoemde versnellers per prioriteit, waarin werd beschreven wat men gaat doen. Die werden niet maandenlang verfijnd, maar dienden als basis om er meteen mee aan de slag te gaan. Boon: ‘Met als uitgangspunt: vind je morgen iets anders, dan passen we het aan.’

Tegelijk wil Boon ook “de vrijblijvendheid voorbij”. Iedereen is vóór meer regie, zegt hij, totdat iemand daadwerkelijk zegt: zo gaan we het doen. Aansluiting bij het federatief datastelsel (FDS) is voor organisaties bijvoorbeeld vooralsnog vrijwillig, maar er wordt gewerkt aan het leggen van een wettelijke basis, omdat reeds bewezen is dat het werkt en de dienstverlening verbetert.

© Robert Tjalando

Tijd nodig

Uit de zaal komt een waarschuwing: de NDS‑boodschap kan snel belerend overkomen. ‘Er zijn redenen waarom organisaties niet zomaar samenwerken of delen; er wordt al veel van hen gevraagd.’ Boon erkent dat en benadrukt dat er veel op organisaties afkomt en dat organisaties ook tijd nodig hebben om veranderingen door te voeren. Daarom beginnen we ook met organisaties die wel kunnen en willen. Tegelijk wijst hij op de rol van voorlopers als René Steenvoorden (UWV) en Hans Ouwehand (CAK), die als voorzitter van een aanjaagteam hun persoonlijke reputatie inzetten om NDS‑initiatieven te trekken. Zonder mensen die zeggen: ‘ik ga dit doen met mijn organisatie’, blijft elke gezamenlijke propositie te abstract om er eigen trajecten voor stop te zetten. De vraag is: ‘Durf je je eieren in een gemeenschappelijk mandje te leggen?’

Wat de komende tijd telt: zichtbare resultaten

Aan het slot is Boon realistisch én ambitieus. Met “relatief beperkte middelen” is een overheidsbrede samenwerkingsstructuur neergezet en zijn veel initiatieven in beweging gebracht en de eerste resultaten geboekt. Maar de vraag uit het veld is ook urgent: wanneer merkt de gemiddelde gemeente of provincie nu echt iets van de NDS? Daarvoor zijn volgens Boon mensen en middelen nodig en daar zijn we samen voor aan zet: de NDS is een vóór en dóór beweging die kan lukken als genoeg organisaties en mensen een steentje bijdragen.

Iedereen die op de hoogte wil blijven van de voortgang van de NDS, kan zich abonneren op de NDS-nieuwsbrief.

Plaats een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

(advertentie)

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heb je al een account? Log in