Het Centrum Informatiebeveiliging en Privacybescherming (CIP) onderzocht voor de derde keer hoe de FG-rol binnen de publieke sector zich ontwikkelt. Uit de resultaten blijkt dat de FG-rol zich verder professionaliseert. Het aantal FG's met nevenfuncties is afgenomen. Vrijwel alle FG’s brengen zowel gevraagd als ongevraagd advies uit en richten zich nadrukkelijker op hun wettelijke taken als toezichthouder en adviseur. Tot zover de positieve conclusies uit het onderzoek.
Functionarissen Gegevensbescherming ervaren minder steun in de organisatie
Functionarissen Gegevensbescherming (FG's) binnen de publieke sector krijgen steeds vaker te maken met nieuwe vraagstukken rond algoritmen en digitale innovatie. Terwijl de beschikbare tijd, ondersteuning en budgetten onder druk staan. Dat blijkt uit de FG-enquête 2026 van Centrum Informatiebeveiliging en Privacybescherming (CIP).
Randvoorwaarden onvoldoende
Tegelijkertijd blijven de randvoorwaarden voor een effectieve invulling van de FG-rol een belangrijk aandachtspunt, concludeert CIP. Een groeiende groep FG’s geeft aan onvoldoende tijd te hebben om hun rol goed te kunnen uitvoeren. Ook signaleren zij een afname van personele ondersteuning en structurele budgetten.
- In 2022 gaf 45 procent van de respondenten aan geen eigen ondersteunende medewerkers te hebben. In 2026 blijkt dat aandeel verder te zijn toegenomen tot 50 procent.
- In 2026 geeft 57 procent van de respondenten aan geen eigen budget te hebben. Dat is minder dan in 2022 (65 procent), maar meer dan in 2018 (42 procent). 30 procent krijgt budget op projectbasis.
Minder steun van directie
Hoewel een deel van de FG’s voldoende steun ervaart vanuit de directie, geldt dat niet voor iedereen. Van de responderende FG’s geeft 71 procent aan voldoende steun te ervaren van hun directie. Dat is lager dan in 2022, toen was dit 78 procent. De groep die zegt dit niet te ervaren is gegroeid, namelijk van 11 procent in 2022 naar 25 procent in 2026.
Ook lijkt de directie het belang van privacy minder te erkennen dan voorheen. Waar in 2022 nog 87 procent van de respondenten vond dat de directie het belang van privacy voldoende onderkent, is dat in 2026 gedaald naar 61 procent. Tegelijk steeg het aandeel dat dit als onvoldoende beoordeelt van 8 procent naar 29 procent
Een (nog) minder positief beeld ontstaat wanneer wordt gekeken naar het voorbeeldgedrag van leidinggevenden. 46 procent van de FG’s geeft aan dat leidinggevenden (dat is een bredere groep dan alleen directie en bestuur) niet het gewenste voorbeeldgedrag vertonen als het gaat over verantwoord omgaan met persoonsgegevens. Slechts 36 procent van de FG's beoordeelt het voorbeeldgedrag van leidinggevenden positief.
Nederlands register
Het merendeel van de respondenten is inmiddels ingeschreven bij het Nederlands Register voor Functionarissen voor Gegevensbescherming. Verder geven FG’s aan veel waarde te hechten aan externe kennisuitwisseling. Beroepsverenigingen en kennisnetwerken spelen een belangrijke rol bij het ondersteunen van hun werk. De behoefte aan contact met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) blijft daarbij onverminderd groot.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.