Bij gebiedsontwikkeling gaat het tegenwoordig al snel over energie. Is er genoeg capaciteit voor een nieuwe woonwijk? Kan een aansluiting worden uitgebreid? Hoe gaan we om met pieken en dalen op het net? Daarvoor is veel data nodig, maar die is lastig te vinden.
Waar ligt welke energiedata?
DMI-ecosysteem en DEI ontwikkelden in twee maanden de DMI Energiescan-blauwdruk, bestaande uit drie tools die inzicht geven in de betrokken partijen, hun informatiebehoeften en de uitwisseling van energiedata rondom gebiedsontwikkeling. Die zijn nog niet compleet. Wat ontbreekt er en welke rol kunnen de tools spelen in het ecosysteem? Daarover gingen we op 21 oktober in gesprek tijdens een rondetafel.
Het Normo pakt dat deels aan. Deze centrale gegevensuitwisselingsentiteit zorgt voor duidelijke afspraken en een veilige, betrouwbare uitwisseling van gegevens in de Nederlandse energiesector, want partijen zijn wettelijk verplicht een deel van de energiedata te delen. Maar lang niet alles wordt ontsloten.
Lastig is dat het energie-ecosysteem enorm veel belanghebbenden kent: onder andere aangeslotenen, netbeheerders, meetbedrijven, installatieverantwoordelijken, energieleveranciers, overheden, dienstenaanbieders en projectontwikkelaars. Bovendien is de beschikbare data niet altijd volledig, actueel of eenvoudig te ontsluiten. Al die partijen hebben een stukje van de puzzel. Bij gebiedsontwikkeling moet je dus met héél veel organisaties samenwerken.
Drie tools
Het DMI-ecosysteem wil het makkelijker maken om die puzzel te leggen door te laten zien welke energiedata waar ligt en wat je als organisatie zelf kunt opleveren. Het wil inzichtelijk maken welke partijen betrokken zijn, welke belangen en afhankelijkheden er spelen, welke informatie partijen nodig hebben en kunnen bieden en hoe de samenwerking en informatie-uitwisseling verbeterd kunnen worden.
Daarvoor schakelde DMI het DEI in. In korte tijd sprak DEI met zestien organisaties: netbeheerders Enexis en Stedin, de gemeenten Amersfoort, ‘s-Hertogenbosch, Helmond en Zaanstad, Het Normo, koepel- en brancheorganisaties VNG en Netbeheer Nederland, woningcorporaties Brabant Wonen en de Alliantie, energiecoöperatie Almelo Energie en marktpartijen uit de energiesector.
De uitkomsten zijn samengebracht in de DMI Energiescan Blauwdruk die uit drie tools bestaat:
- Het Ecosysteem Canvas
Dit model vertrekt vanuit een gemeenschappelijk doel en laat per partij de rol, de (tegengestelde) belangen, de beschikbare informatie en de informatiebehoefte zien. - Het informatienetwerk
Dit laat zien welke informatie tussen partijen wordt, of moet worden, uitgewisseld. - De Navigator
Deze tool neemt je bij de hand: wat moet jij als partij doen, wie moet je benaderen, welke informatie lever je aan en welke krijg je terug?
De eerste versies zijn klaar, maar nog niet compleet. Om de tools te verrijken, zoeken we input vanuit het ecosysteem, beginnend met de aanwezigen van de rondetafel.
Aan de slag met een leeg canvas
Daarom gaan de aanwezigen in groepjes van vier aan de slag met een leeg Ecosysteem Canvas. Daarbij beantwoorden ze steeds drie vragen: wat is het gemeenschappelijk belang, wat is het eigen belang en wat kun jij bijdragen?
Elke groep kiest een ander perspectief: een fictieve nieuwe wijk in Amsterdam, een dorp dat zelf aan de slag ging, bedrijven op een nieuw bedrijventerrein en een gemeente. Toch komen steeds dezelfde spanningsvelden boven. De beschikbare netcapaciteit sluit niet altijd aan op de toekomstige energievraag. Gemeenten moeten maatschappelijke opgaven realiseren, terwijl energie nog te vaak pas achteraf in de plannen komt. En bedrijven willen zekerheid: als je nu investeert, wil je weten dat je er over twintig jaar ook nog wat aan hebt.
Wat alle groepen gemeen hebben: iedereen heeft data nodig van een ander, maar heeft zelf ook veel te bieden. De netbeheerder kent het netgebied, de gemeente weet wat er in wijken speelt en een gebiedsontwikkelaar heeft operationele data van eerdere netneutrale wijken.
Wat de tools nog missen
Een belangrijk aandachtspunt is hoe de tools zich verhouden tot bestaande initiatieven en voorzieningen rondom energiedata en gegevensuitwisseling. Om dubbel werk te voorkomen is het belangrijk eerst scherp te krijgen waar de aanvullende waarde van de tools ligt en hoe een eventueel vervolg daarop kan aansluiten.
De middag levert ook concrete aanvullingen op voor de tools. Zo moeten ze onderscheid maken tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Dat is een belangrijk verschil dat je als gemeente vanaf het begin scherp moet hebben. Dat onderscheid kan een plek krijgen in de journey van de Navigator.
Ook ontbreekt nog een lijn tussen Het Normo en bedrijven. Ondernemers op een nieuw bedrijventerrein moeten concurrentiegevoelige informatie delen, zoals hun groeiplannen en verwachte verbruik. Dat soort informatie gooi je niet zomaar op straat. Een zogenoemd data safe house kan helpen om die veilig op te slaan.
En de inhoud van de tools verandert als de casus verandert. Partijen verdwijnen niet per se uit beeld, maar er komen wel andere bovendrijven.
Tot slot is nog de vraag wie de tools gaat beheren en ervoor zorgt dat de informatie actueel en betrouwbaar blijft. Die rol is nog niet belegden vraagt om verdere afstemming met betrokken partijen.
Data delen begint met vertrouwen
De tools zijn dus nog niet af. Maar de middag maakt ook iets anders duidelijk: iedereen ziet dat we data moeten delen. Daarvoor moet je elkaar vertrouwen en is transparantie nodig. De tools zijn daarbij geen doel op zich, maar een middel om samenwerking en datadelen makkelijker te maken. Daarnaast is een belangrijk inzicht uit de rondetafel dat de uitdaging niet alleen zit in de beschikbaarheid van energiedata, maar ook in het vertalen van die data naar bruikbare informatie voor gebiedsontwikkeling. Gemeenten hebben behoefte aan concreet handelingsperspectief: wat kan waar, wanneer en onder welke voorwaarden worden ontwikkeld? Dit vraagt om betere afstemming tussen de informatiebehoefte van gemeenten en ontwikkelaars en de gegevens die netbeheerders en andere partijen kunnen leveren.
DMI bekijkt op basis van de resultaten van de Energiescan Blauwdruk en de inzichten uit de rondetafel hoe hieraan een passend vervolg kan worden gegeven. Duidelijk is in ieder geval wel dat er behoefte is aan betere samenwerking en informatie-uitwisseling rondom netcongestie en gebiedsontwikkeling. Er wordt een vervolggesprek georganiseerd om te verkennen hoe hieraan invulling kan worden gegeven.
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.