De opzet was van het rondetafelgesprek was helder: eerst deskundigen uit de private en (semi)publieke sector, daarna een blok over AI-Hub. Daarmee lag de nadruk begrijpelijk op adoptie, infrastructuur, innovatiekracht en vestigingsklimaat.
De digitale arbeidskracht bleef buiten beeld
Het rondetafelgesprek van de Tweede Kamercommissie Economische Zaken over het optimaal benutten van AI-kansen op 26 maart 2026 was nuttig, maar ook onthullend. Niet alleen door wat er wél werd besproken, maar vooral door wat buiten beeld bleef.
Van hulpmiddel naar actor
Toch zat daarin meteen ook de beperking. Wie AI vooral benadert als technologie, rekencapaciteit en ecosysteem, mist een bestuurlijk fundamentelere verschuiving. AI schuift op van hulpmiddel naar actor in het werkproces. De digitale medewerker, software die niet alleen ondersteunt, maar ook taken overneemt, verdeelt en opnieuw organiseert, kwam in het gesprek nauwelijks als bestuurlijke categorie aan bod.
Dat is een gemis, juist omdat deze AI-golf wezenlijk anders is dan eerdere automatiseringsgolven. Recente OECD- en ILO-analyses laten zien dat AI vooral doordringt in niet-routinematige, cognitieve taken en daardoor relatief sterk ingrijpt in bepaalde beroepen, waaronder management, juridische functies, IT en andere kennisintensieve beroepen. Daarmee verschuift niet alleen de productiviteit, maar ook de plaats waar menselijke expertise nog onderscheidend is.
De opbrengsten en lasten van AI worden niet vanzelf eerlijk verdeeld
Precies daar zou het politieke debat scherper moeten worden gevoerd. Want als AI steeds vaker optreedt als digitale medewerker, dan gaat het niet alleen over innovatiebeleid. Dan gaat het ook over de toekomst van beroepen, over de herinrichting van werk, over de arbeidsmarkt voor midden- en hoogopgeleiden, en uiteindelijk over de belastinggrondslag onder de verzorgingsstaat.
Maatschappelijke veranderingen
In veel AI-discussies sluipt nog steeds een te simpele tegenstelling binnen: vervangt AI de mens, of helpt AI de mens? Die tegenstelling is inmiddels te grof. In de praktijk gebeuren drie dingen tegelijk. Sommige taken verdwijnen. Andere taken worden versneld of aangevuld. En daarnaast ontstaan nieuwe taken, rollen en combinaties van mens en machine. Ook werkgevers zelf verwachten niet alleen substitutie, maar tegelijk herschikking van werk, nieuwe vaardigheidsvragen en nieuwe functies rond AI.
Juist daarom kan het debat over de digitale medewerker niet worden beperkt tot techniek. De opbrengsten en lasten van AI worden namelijk niet vanzelf eerlijk verdeeld. Sommige hoogopgeleide professionals worden door AI versterkt en opgeschaald, terwijl andere groepen delen van hun werkpakket zien verdampen. Daarnaast is er een brede middengroep van beroepen die niet abrupt verdwijnt, maar wel langzaam wordt uitgehold doordat routinematige en analytische onderdelen uit functies worden losgetrokken. Dat is geen sciencefiction, maar een bestuurlijk vraagstuk over verdienvermogen, beroepstransitie en sociale stabiliteit.
Fiscale logica
Wat in het Kamergesprek daardoor ook onderbelicht bleef, is de fiscale logica achter deze ontwikkeling. Ons belastingstelsel is nog steeds in hoge mate gebouwd op menselijke arbeid. Loonbelasting, premies en werkgeverslasten vormen een groot deel van de publieke financiering. Als organisaties met minder menselijke arbeid dezelfde of zelfs hogere output realiseren, verschuift niet alleen de productie, maar ook de basis waarop de staat zijn inkomsten organiseert.
Dat punt is economisch al langer bekend. Econoom Daron Acemoglu en anderen betogen dat een belastingstelsel dat arbeid relatief zwaar belast en kapitaal relatief licht, bedrijven extra prikkelt om te automatiseren, ook wanneer die automatisering maatschappelijk niet optimaal is. Hun conclusie is niet dat technologie moet worden afgeremd, maar dat fiscaliteit geen neutrale achtergrond is: het stelsel stuurt actief mee in de richting waarin technologische ontwikkeling zich vertaalt naar de arbeidsmarkt.
Zolang Den Haag vooral spreekt over chips, hubs en kansen, maar te weinig over werk, belasting en herverdeling, blijft het debat technisch slimmer dan bestuurlijk wijs
Dat maakt de digitale arbeidskracht tot een veel zwaarder bestuurlijk onderwerp dan vaak wordt aangenomen. Zolang AI vooral wordt gepresenteerd als productiviteitstool, blijft buiten beeld dat hier ook sprake kan zijn van een institutionele herschikking van arbeid. Een organisatie die tien kenniswerkers heeft en daar straks drie AI-systemen naast zet, heeft niet alleen een innovatievraag. Zij heeft ook een vraag over aansturing, verantwoordelijkheid, competenties, functiewaardering, toezicht en uiteindelijk over de legitimiteit van de uitkomsten.
Productiviteitssprong?
Daar komt nog iets bij: AI levert niet automatisch en onmiddellijk een brede productiviteitssprong op. De baten hangen sterk af van adoptie, organisatieverandering, training en menselijk toezicht. Juist daarom ontstaat frictie: nieuwe taken, nieuwe rollen en nieuwe specialismen vragen om mensen die de systemen begeleiden, controleren en corrigeren.
De mens verdwijnt dus niet uit beeld, maar verschuift vaker naar regie, interpretatie, moreel oordeel en relationele intelligentie.
Een volgend parlementair gesprek over AI-kansen zou daarom breder moeten worden ingericht. Niet alleen met ondernemers, techbestuurders, juristen en bouwers, maar ook met arbeidsmarkteconomen, fiscalisten, sociale partners, uitvoeringsorganisaties en publieke werkgevers. De vraag is immers niet alleen hoe Nederland meer AI bouwt of aantrekt.
De vraag is ook hoe Nederland voorkomt dat de baten van AI privaat landen, terwijl de sociale en fiscale gevolgen publiek moeten worden opgevangen.
Digitale arbeidskracht
Wie het debat serieus wil voeren, kan de digitale arbeidskracht niet langer behandelen als voetnoot bij innovatiebeleid. Dat is inmiddels een kernonderwerp van economisch bestuur. Zolang Den Haag vooral spreekt over chips, hubs en kansen, maar te weinig over werk, belasting en herverdeling, blijft het debat technisch slimmer dan bestuurlijk wijs.

Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Hear hear! Je geeft een kind dat nauwelijks kan rekenen ook geen functiedifferentiaalrekenmachine, maar je kunt een goede timmerman die echt weet wat hij doet wel een spijkerpistool geven. Die timmerman kan al goed timmeren, maar met dit gereedschap kan hij het werk van twintig man doen in een fractie van de tijd. Mits hij het ding niet als pistool gebruikt en we hem vooraf hebben geleerd hoe hij het spijkerpistool veilig kan gebruiken. Alleen, wie betaalt voor de spijkers? ... en wat gebeurt er met de mensen die tot nu toe de spijkers met de hand in het hout sloegen? Hoe dan ook is een spijkerpistool niet zo geschikt voor schrijnwerkers ... en in de handen van een kind is alles een spijker, dus daar moeten we sowieso mee uitkijken.
Zo zie je ook mensen AI gebruiken alsof het een Booleaanse zoekmachine is. Met alle gevaar dat er dikke documenten rondgepompt gaan worden die door 'sjetdjiepietiee' gebakken zijn en worden samengevat door 'Koo-paajlot.' Ziet er druk uit ... maar je gaat er niet op vooruit en je data ben je kwijt (eens gegeven - blijft gegeven).
Alleen, ff langs de Bo-Rent rennen kost alleen ook geld, dus als je weet wat je doet wordt je werk er echt wel efficiënter van (elke spijker met dezelfde kwaliteit in het hout geslagen enzo), maar soms is lijmen toch beter. Of een pen-gat-verbinding. Geldt ook voor AI, dus ja, AI maakt arbeid efficiënter, maar het hangt wel van je skills en organisatie af of het ook een succes wordt. AI wordt namelijk ook DUURDER als je het intensiever gebruikt. Want het ding moet harder rekenen en dat kost tokens. Ambtenaren zijn meer van de afzonderlijke potjes dan van de integrale toegevoegde waarde, dus het is bloedlink om AI in te kopen als platform, of applicatie. Het is een wezenlijk ander businessmodel. Dus je moet zorgen dat je erdoor met minder mensen, meer kunt doen, in kortere tijd, met hoger rendement en betere transparantie. Dat vraagt ook wat van de gebruikte AI. Kun je de gebruikte bronnen ook afzonderlijk aanroepen? Kun je de beslisboom en redeneermodellen inzichtelijk krijgen? Klopt die bronvermelding? Hoe oud is de data waar het ding op draait? Beheerst de mens achter de knoppen ZELF de modellen wel die de AI gebruikt? Kortom: lees je nog wel eens een theorieboek? Als in 'echt' (niet samengevat, hoewel ... er bestaat uitstekende AI apps die dat boek desgewenst omzetten naar een tekenfilm of podcast)
Hoe moet een kind dat maar wat op zijn calculator drukt nou weten of wat achter het = teken komt te staan een beetje lijkt op wat hij verwacht had als hij nog kon hoofdrekenen? AI herverdeelt ons werk; neemt taken over en herschikt de werkstructuur. Hoezo draagvlakvergaderingen, als je op basis van strakke modellen en verifieerbare data claims gewoon een aantal scenario's kunt genereren met kosten/baten analyse inclusief juridische onderbouwing conform de vigerende compliance eisen? Vergaderen is sowieso het bewijs van een volstrekt achterhaalde organisatie, want het is wel een hele dure vorm van informatie coordinatie en (trans)actie oplijning. Doe dat maal uur/factuur (zet ff af tegen de 10% Roemer norm) en je praat over héle dure koffie.
Dan is die AI ineens niet zo kostbaar meer. Het vergt wel een fundamenteel andere manier van denken over werk, leiderschap en verantwoordelijkheid. AI maakt niet luier, het zorgt juist dat je écht wordt aangesproken op je bewezen vaardigheden en kennisniveau. Het alternatief is ook waar. Voor iemand met een hamer die niet weet wat hij doet is alles een spijker. Alleen ... kost wel duur geld met AI.
AI kan dus inderdaad zorgen voor spectaculaire productiviteitswinsten – één persoon met AI kan in een uur het werk van twintig mensen in een week doen, maar dit leidt wel tot een verschuiving in wie profiteert en wie verliest. Hoogopgeleiden kunnen worden versterkt (als ze bijblijven, zo niet gaan ze the Way of the Dodo), terwijl routinetaken verdwijnen of uithollen. Laat deze krachten los op organisaties die nog grotendeels gebaseerd zijn op menselijke arbeid, op basis van documenten, in input-throughput-output productie stromen en op basis van applicaties waar mensen de data inkloppen en mensen de data er ook weer uithalen. Aan de andere kant ... ideaal gezien de demografische klif (en gaan wekelijks tientallen ambtenaren met pensioen) afgezet tegen de bezuinigingsdoeleinden en de dataficering van de 24 uurs economie.
Een robot wordt niet moe. De AI discussie zou dus inderdaad niet (alleen) moeten gaan over technologie en 'innovatie', maar juist over Outcome bepaling, scenario simulatie, workload verdeling en conceptuele cohesie. Maatschappelijk is dit fenomeen niets nieuws. AI is als de stoommachine die de thuisweverij centraliseerde, standaardiseerde en harmoniseerde naar de fabriek. Het is als de boerderij die de tractor ontdekte die het werk van tien boerenknechten kon doen, maar ook leidde tot de herverkaveling. De tractor maakte het werk sneller en efficiënter, maar wie bestuurt hem? Onder welke wet- en regelgeving? Wie onderhoudt hem? Waar gingen die werkloze dagloners heen? Wie betaalt de weg waarop de tractor rijdt?
AI is precies zo'n disruptor voor het systeem waarin het opereert.
We zouden niet moeten praten over 'AI' die mensen overbodig maakt, maar over AI die zorgt voor synthetische intelligentie, omdat de huidige werknemer MET AI zich nog beter kan concentreren op zijn vakgebied. Dat is niet alleen leuk voor de hoogopgeleiden, maar JUIST voor de ouderen (die veelal wel de organisatie historie in hun sociale netwerk weten te herleiden, nog WEL de principes snappen achter oude software en nog zijn opgegroeid zonder de apps die sociale intelligentie verstoorde (the Silver Renaissance) en het is OOK uitstekend voor de laagopgeleiden (praktisch opgeleiden) die JUIST dankzij AI geholpen kunnen worden om geen compliance of administratie fouten te maken. AI versnelt processen en voert taken sneller en consistenter uit, vaak met minder menselijke inspanning. Als AI routinetaken overneemt, kunnen mensen zich richten op strategische, creatieve en complexe taken, waarbij AI het risico verlaagt op fouten, door geautomatiseerde controles en consistentie met frameworks (bijvoorbeeld compliance). Daardoor kan één persoon met AI een veelvoud aan werk verzetten door taken te automatiseren en te versnellen, omdat AI kennis kan structureren, archiveren en toegankelijk maken, wat weer leidt tot beter kennisbehoud. Voor de Mens verschuift de rol naar regie, interpretatie, toezicht en moreel oordeel, terwijl AI de operationele taken uitvoert mits die mens de juiste vaardigheden heeft, zoals AI-beheer, data-inzicht en de correcte interpretatie van de AI-resultaten. Hierbij verschuiven de kosten naar de technologie (AI-licenties, infrastructuur, onderhoud), met mogelijk minder personeelskosten, want je hebt minder training en salariskosten nodig. Kortom, banen zullen hoe dan ook transformeren, sommige functies zullen verdwijnen en er zullen nieuwe rollen moeten worde gecreëerd, wat onvermijdelijk sociale gevolgen heeft. Het zijn vooral de hoogopgeleiden die zich lekker veilg vast klampen aan een 20ste eeuwse job description zich zorgen mogen maken.