Een proactieve overheid is een overheid die initiatief neemt. In een verzamelbrief van BZK van vlak voor de zomer staat een ‘visie op proactieve dienstverlening’, met drie vormen van initiatief nemen. Het kan een verbreding zijn, zoals iemand met een complexe gezinssituatie helpen vanuit één loket; het kan zijn dat je zelf het initiatief neemt, bijvoorbeeld door iemand automatisch een toeslag toe te kennen; en het kan gaan om vroegsignalering van schulden.
‘We maken ‘t het moeilijkst voor de mensen die ‘t het hardst nodig hebben’
Wat is de overeenkomst tussen proactieve dienstverlening en wereldvrede? Vrijwel iedereen is vóór en toch voelt het soms alsof we geen stap dichterbij komen. Een werksessie gemodereerd door Kees Verhoeven levert een gecompliceerd beeld op van de dilemma’s rond proactieve gegevensdeling. Ga er maar aan staan.
Voor alle drie de vormen van proactiviteit is het delen van data tussen organisaties een voorwaarde. Tim Faber, programmamanager Interbestuurlijke Datastrategie bij BZK, vertelt dat hij veel mooie initiatieven rondom gegevensdeling ziet, al dan niet proactief, die vergelijkbare knelpunten opleveren. Opvallend genoeg worden die knelpunten volgens hem lang niet altijd als zodanig herkend.
Het systeem
Koen Wortmann, MT-lid bij VNG en lid van het Interbestuurlijk Dataoverleg (IDO), merkt op dat gemeenten vanwege hun diverse takenpakket graag integraal werken, maar dat de inherent versnipperde manier waarop de overheid is georganiseerd dit erg lastig maakt. Een voorbeeld: veel mensen die een energietoeslag ontvingen, bleken daardoor een jaar later, toen het geld al lang op was, geen recht meer te hebben op bepaalde toeslagen. Niemand kiest ervoor om mensen die leven rond het bestaansminimum zo hard aan te pakken, maar het is wel de consequentie van hoe het systeem is ingericht. ‘We maken ‘t het moeilijkst voor de mensen die ‘t het hardst nodig hebben’, aldus Wortmann.
Het is om boos van te worden en dat worden sommige mensen in de zaal dan ook. Hoe kan het dat de overheid de zaakjes prima in orde heeft als er geld moet worden gehaald (belasting), maar dat het onmogelijk lijkt om overzicht te creëren waar het gaat om geld waar mensen recht op hebben (toeslagen)? Dat is appels met peren vergelijken, klinkt het, eveneens uit de zaal. Halen doet de overheid centraal, brengen decentraal, waarbij iedere gemeente een eigen beleid hanteert.
Het is ook niet alsof er niets gebeurt. Er is een Commissie Gegevensdeling en een Adviesfunctie Verantwoord Datagebruik. Vanuit de pijler ‘Burger en ondernemer centraal’ werkt de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) toe naar een overheidsbreed loket. Maar voor complexe casussen zijn er allerlei belemmeringen om informatie te delen, waaronder het ontbreken van grondslagen. Voor specifieke ketens is er soms wel wat geregeld, maar generiek is er niets. Een algemene wet die een grondslag regelt is dus behulpzaam, concludeert Verhoeven.
‘Een wet voorkomt niet dat de professional het heel spannend vindt om gevoelige gegevens te delen’
Algemene wet nodig?
Tegelijkertijd is een nieuwe wet niet zaligmakend (en wilden we niet juist mínder wetten?). Enerzijds is er vanuit de Awb en de AVG nu al best wat ruimte voor gegevensdeling, anderzijds zijn juristen graag voorzichtig. Ook bij Kamerleden bestaat de reflex om hoog van de toren te blazen wanneer de privacy van inwoners mogelijk in het geding is. Waar vrijwel iedereen proactieve dienstverlening in abstracto een goed idee vindt, is de reactie op individuele casussen vaak spastisch. Dan lijkt het toch een goed idee om domeinspecifieke wetten te vervangen door een algemene wet, waarin iets moet worden opgenomen over de ambtshalve toekenning van dienstverlening ten behoeve van proactieve dienstverlening, plus iets over gegevensdeling.
‘Een wet voorkomt niet dat de professional het heel spannend vindt om gevoelige gegevens te delen’, klinkt het uit de zaal. Daar is vertrouwen in elkaar voor nodig, datavolwassenheid en een gevoel van eigenaarschap over data. Wat er vooral níet voor nodig is, is de reflex om te denken in centrale registers en er dus maar weer een register bij te bouwen.
Standaarden helpen
Het federatieve datastelsel lost een aantal technische belemmeringen op, doordat er standaarden voor de gehele overheid zijn afgesproken. Een uitdaging van een andere orde is dat samenwerkingen soms in een impasse belanden wanneer de samenwerkende Functionarissen Gegevensbescherming (FG's) van mening verschillen over de vraag of iets mag. Er is een mechanisme nodig om in zo’n geval tot een beslissing te komen.
Faber merkt op dat vraagstukken voor bestuurders vaak onder de oppervlakte blijven. Bovendien blijkt het vaak lastig om vast te leggen waar het knelpunt zit. ‘Hele casuïstiek brokkelt in je handen uiteen.’ Hij noemt het belangrijk dat bestuurders zicht houden op knelpunten en deze doorgeven. ‘Zet vijf FG’s in een hok tot ze eruit zijn. En behoud een nuchter perspectief: wat is nou de beste oplossing voor dit probleem?’
Samenvattend komt Verhoeven tot de conclusie dat er bestuurlijk lef nodig is, een algemene wet, data moeten dichter bij de burger staan, er is een goed stelsel nodig en het is verstandig om de samenwerking in kleine groepjes te zoeken. Het is eigenlijk net als met wereldvrede: blijf niet wachten tot de ander de eerste stap zet.
Op 9 september 2026 organiseerde iBestuur voor de tweede maal een conferentie over de NDS.
SAVE THE DATE
Op 29 september 2027 staat de derde editie op het programma!
Plaats een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.